Citaat | Parket bij de Hoge Raad 15 februari 2019

Onder 2.24 Parket bij de Hoge Raad 15 februari 2019

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 15 februari 2019, ECLI:NL:PHR:2019:192.

De motiveringsklachten (zie alinea 2.16 hiervoor) onder (i) en (ii) stuiten op het voorgaande af: in het licht van de gedingstukken is het oordeel van het hof niet onbegrijpelijk. De motiveringsklacht onder (iii) mist feitelijke grondslag, voor zover [eiser] ervan uitgaat dat de rechters in de Rotterdamse procedure in andere zin hebben beslist. De omstandigheid dat in deze aansprakelijkheidsprocedure de rechter in hoger beroep tot een andere beslissing komt dan de rechter in eerste aanleg, noopte het hof niet tot een andere motivering. De in het middelonderdeel onder (iv) genoemde omstandigheid mist zelfstandige betekenis naast de drie daaraan voorafgaande omstandigheden. Mijn slotsom is dat onderdeel 1.5 faalt.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b68d46d7b5ad85bda688ec1daadcd37ab6c15c3c745b159e8f88bd9b68990bac. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b68d46d7b5ad85bda688ec1daadcd37ab6c15c3c745b159e8f88bd9b68990bac, en de alinea staat in dat document op bytes 46426 tot 47160.