Citaat | Parket bij de Hoge Raad 15 februari 2019

Onder 2.26 Parket bij de Hoge Raad 15 februari 2019

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 15 februari 2019, ECLI:NL:PHR:2019:192.

Volgens onderdeel 1.6 kunnen deze overwegingen niet het oordeel dragen dat het onjuist blijken van [eiser] ontkenning van elk telefoongesprek meebrengt dat [eiser] vordering tegen [verweerder] ‘evident ongegrond’ was. De toelichting op deze motiveringsklacht wijst op de terughoudendheid die volgens de Hoge Raad moet worden betracht bij het aannemen van misbruik van het recht tot procederen . Deze klacht is nader uitgewerkt met betrekking tot elk van de omstandigheden, genoemd in overweging 6.21 onder (a), (b) en (c). Onderdeel 1.7 is gericht tegen het oordeel (aan het slot van overweging 6.21.1) dat ook het toepassen van ‘wederhoor’ door [verweerder] niet tot een andere uitkomst had kunnen leiden. Volgens de klacht ziet het hof eraan voorbij dat [eiser] in de Rotterdamse procedure [verweerder] ervan had beschuldigd geen ‘wederhoor’ te hebben toegepast en dat dáárom de publicatie onrechtmatig jegens [eiser] was.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b68d46d7b5ad85bda688ec1daadcd37ab6c15c3c745b159e8f88bd9b68990bac. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b68d46d7b5ad85bda688ec1daadcd37ab6c15c3c745b159e8f88bd9b68990bac, en de alinea staat in dat document op bytes 50090 tot 51180.