Citaat | Parket bij de Hoge Raad 15 februari 2019
Onder 2.38 Parket bij de Hoge Raad 15 februari 2019
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 15 februari 2019, ECLI:NL:PHR:2019:192.
De genoemde [betrokkene 4] was de advocaat die [betrokkene 1] in 1995 heeft opgevolgd. Het bestreden arrest maakt in de overwegingen 6.1 en 6.2 melding van een procesincident. Na een tussenbeslissing van het hof heeft de advocaat van [eiser] alsnog afschriften van getuigenverklaringen aan de advocaat van [verweerder] gestuurd, die deze aan het hof heeft overgelegd. Na protest van [eiser] heeft het hof beslist dat de aldus overgelegde afschriften van getuigenverklaringen (kennelijk afkomstig uit het dossier van de procedure tussen [eiser] en [betrokkene 1] en/of de Staat) deel gaan uitmaken van het procesdossier in de onderhavige zaak. Gelet op deze procesbeslissing, stond niets eraan in de weg dat het hof ook de verklaring van [betrokkene 4] voor het bewijs gebruikte. Bij pleidooi in hoger beroep heeft de advocaat van [verweerder] zich op deze stukken beroepen . Een (door art. 24 Rv verboden) ambtshalve aanvulling door het hof van de door [verweerder] gestelde feiten valt hierin niet te lezen. Zowel de rechtsklacht als de subsidiaire motiveringsklacht stuiten hierop af.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b68d46d7b5ad85bda688ec1daadcd37ab6c15c3c745b159e8f88bd9b68990bac. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b68d46d7b5ad85bda688ec1daadcd37ab6c15c3c745b159e8f88bd9b68990bac, en de alinea staat in dat document op bytes 60162 tot 61324.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/b68d46d7b5ad85bda688ec1daadcd37ab6c15c3c745b159e8f88bd9b68990bac | shasum -a 256