Citaat | Parket bij de Hoge Raad 15 februari 2019
Onder 2.42 Parket bij de Hoge Raad 15 februari 2019
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 15 februari 2019, ECLI:NL:PHR:2019:192.
Art. 3:310 lid 1 BW bepaalt, voor zover hier van belang, dat een rechtsvordering tot vergoeding van schade verjaart, onder meer door verloop van vijf jaren na de aanvang van de dag waarop de schuldeiser zowel met het bestaan van zijn vordering als met de daarvoor aansprakelijke persoon bekend is geworden. In dit geding heeft [eiser] , door [verweerder] tot schadevergoeding aangesproken, een beroep op deze (‘korte’) verjaringstermijn gedaan . De rechtbank, die de vordering van [verweerder] heeft afgewezen, kwam aan een beoordeling van dit verjaringsverweer niet toe (zie overweging 4.22 Rb).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b68d46d7b5ad85bda688ec1daadcd37ab6c15c3c745b159e8f88bd9b68990bac. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b68d46d7b5ad85bda688ec1daadcd37ab6c15c3c745b159e8f88bd9b68990bac, en de alinea staat in dat document op bytes 63741 tot 64418.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/b68d46d7b5ad85bda688ec1daadcd37ab6c15c3c745b159e8f88bd9b68990bac | shasum -a 256