Citaat | Parket bij de Hoge Raad 15 februari 2019
Onder 2.45 Parket bij de Hoge Raad 15 februari 2019
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 15 februari 2019, ECLI:NL:PHR:2019:192.
Tussen partijen staat vast dat [verweerder] op 13 december 2010 de verjaring heeft gestuit door middel van een exploot (zie rubriek 1.1.10 hiervoor). Naar het oordeel van het hof heeft [verweerder] pas met het arrest van het gerechtshof Den Haag van 23 juni 2009 (in de zaak van [eiser] tegen [betrokkene 1] ) voldoende zekerheid verkregen dat de schade is veroorzaakt door tekortschietend of foutief handelen van [eiser] (overweging 6.29). Anders dan [eiser] heeft gesteld, had [verweerder] volgens het hof vóór december 2005 (vijf jaren vóór de stuitingsdaad) nog onvoldoende zekerheid over de relevante feiten verkregen. Het hof heeft op die grond het verjaringsverweer verworpen (zie de overwegingen 6.30 – 6.31). Ten overvloede heeft het hof in overweging 6.32 toegevoegd dat [verweerder] terecht heeft aangevoerd dat het beroep van [eiser] op deze verjaringstermijn naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b68d46d7b5ad85bda688ec1daadcd37ab6c15c3c745b159e8f88bd9b68990bac. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b68d46d7b5ad85bda688ec1daadcd37ab6c15c3c745b159e8f88bd9b68990bac, en de alinea staat in dat document op bytes 66782 tot 67739.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/b68d46d7b5ad85bda688ec1daadcd37ab6c15c3c745b159e8f88bd9b68990bac | shasum -a 256