Citaat | Parket bij de Hoge Raad 15 februari 2019

Onder 2.47 Parket bij de Hoge Raad 15 februari 2019

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 15 februari 2019, ECLI:NL:PHR:2019:192.

Onderdeel 2.1 richt een rechtsklacht tegen het oordeel dat [verweerder] pas na de beoordeling van de feiten door het gerechtshof Den Haag voldoende zekerheid had over zijn schade en over de daarvoor aansprakelijke persoon. Naar vaste rechtspraak is niet vereist dat de benadeelde daadwerkelijk bekend is met de juridische beoordeling van die feiten en omstandigheden. Voor de aanvang van de korte, subjectieve verjaringstermijn in art. 3:310 BW volstaat een ‘voldoende’ zekerheid dat de schade is veroorzaakt door foutief handelen van een bepaalde persoon. Absolute zekerheid is daarvoor niet vereist. Een rechterlijke bevestiging van de feiten, zoals in de uitspraak van het gerechtshof Den Haag van 23 juni 2009, was volgens de klacht daarom niet nodig . Subsidiair klaagt dit middelonderdeel dat het bestreden oordeel onbegrijpelijk is, omdat in het tussenarrest van het gerechtshof Den Haag van 23 juni 2009 een bevestiging van de voor [verweerder] vordering relevante feiten niet valt te lezen. In het tussenarrest van 23 juni 2009 werd voorshands, behoudens tegenbewijs, aangenomen dat [eiser] heeft gebeld met twee advocaten in de Chipshol-zaak. Volgens de klacht zegt dat niets over de grondslag van de vordering van [eiser] tegen [verweerder] . In de zaak van [verweerder] overwoog het hof in reconventie nu juist dat niet kan worden vastgesteld dat [verweerder] bij zijn publicatie rechtmatig heeft gehandeld.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b68d46d7b5ad85bda688ec1daadcd37ab6c15c3c745b159e8f88bd9b68990bac. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b68d46d7b5ad85bda688ec1daadcd37ab6c15c3c745b159e8f88bd9b68990bac, en de alinea staat in dat document op bytes 68526 tot 70142.