Citaat | Parket bij de Hoge Raad 12 maart 2019

Alinea 229 Parket bij de Hoge Raad 12 maart 2019

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 12 maart 2019, ECLI:NL:PHR:2019:220.

9. In het licht van de hierboven aangehaalde rechtspraak van de Hoge Raad, is niet onjuist dat het hof ter beantwoording van de vraag of van “voorhanden hebben” in de zin van art. 416 Sr sprake is, als maatstaf heeft gebruikt of de verdachte feitelijk zeggenschap heeft gehad over het goed. De vraag is dan nog wel of dat oordeel begrijpelijk is.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/0ceefa975eeb219c7f540d3002aed93c206b421e80b1d94639501dfb0def0338. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 0ceefa975eeb219c7f540d3002aed93c206b421e80b1d94639501dfb0def0338, en de alinea staat in dat document op bytes 54312 tot 54675.