Citaat | Parket bij de Hoge Raad 12 maart 2019

Alinea 259 Parket bij de Hoge Raad 12 maart 2019

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 12 maart 2019, ECLI:NL:PHR:2019:220.

18. Terugwijzing van de zaak ligt mijns inziens in de rede. Uit de strafmotivering blijkt enerzijds dat het hof van oordeel is dat gelet op de ernst van het feit niet kan worden volstaan met de oplegging van een gevangenisstraf die de duur van de door verdachte reeds ondergane voorlopige hechtenis niet te boven gaat, en anderzijds dat het hof het niet gewenst acht dat de verdachte in de onderhavige zaak nog terugkeert naar de gevangenis. Kennelijk heeft het hof om deze reden naast de onvoorwaardelijke gevangenisstraf een taakstraf voor de duur van 120 uren opgelegd. De keuze voor een andere straf die in de ogen van het hof recht doet aan zijn overwegingen, is aan de feitenrechter, dus aan het hof zelf.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/0ceefa975eeb219c7f540d3002aed93c206b421e80b1d94639501dfb0def0338. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 0ceefa975eeb219c7f540d3002aed93c206b421e80b1d94639501dfb0def0338, en de alinea staat in dat document op bytes 64220 tot 64944.