Citaat | Parket bij de Hoge Raad 12 maart 2019

Alinea 40 Parket bij de Hoge Raad 12 maart 2019

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 12 maart 2019, ECLI:NL:PHR:2019:220.

Mijn vrouw [betrokkene 2] en ik wonen op het adres [A straat 1] in Tiel. [medeverdachte 1] zal ik misschien wel gezien hebben op de 29ste of 30ste januari. Hij zette bij ons een ding neer. Een goudkleurig ding met diamantjes erin. Ongeveer een halve meter hoog. [medeverdachte 1] liet dat ding achter. [medeverdachte 1] zei dat dat ding veel waard was. [medeverdachte 1] zei dat dat ding gestolen was. [medeverdachte 1] kwam een dag later dat ding ophalen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/0ceefa975eeb219c7f540d3002aed93c206b421e80b1d94639501dfb0def0338. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 0ceefa975eeb219c7f540d3002aed93c206b421e80b1d94639501dfb0def0338, en de alinea staat in dat document op bytes 12387 tot 12909.