Citaat | Parket bij de Hoge Raad 18 januari 2019

Onder 3.15 Parket bij de Hoge Raad 18 januari 2019

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 18 januari 2019, ECLI:NL:PHR:2019:244.

Subonderdeel 4.1, 1e, 2e en 4e gedachtestreepje betogen dat de overwegingen dat (i) de klachten in ieder geval tot 18 november 1999 divers van aard waren en (ii) Prodema c.s. verklaringen gaven voor de klachten die erop neer kwamen dat er met de platen niets aan de hand was, onbegrijpelijk zijn in het licht van de in het subonderdeel genoemde door Mikas in feitelijke instantie ingenomen stellingen. De onder het 1e gedachtestreepje genoemde stelling houdt in dat Mikas heeft aangevoerd dat de stelling van Bouwfonds, kort gezegd, was dat de beplating niet de eigenschappen heeft die deze volgens Bouwfonds zou moeten hebben. In zoverre behelst het subonderdeel derhalve in wezen niet meer dan de klacht dat het hof, door te oordelen dat de klachten (initieel) divers waren, anders heeft beslist dan door Mikas was bepleit. Een dergelijke klacht kan niet tot cassatie leiden.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/eee6c3a3ea86045553738c588f861e9351ffe5bd11b2b3d917edbc63c889404a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt eee6c3a3ea86045553738c588f861e9351ffe5bd11b2b3d917edbc63c889404a, en de alinea staat in dat document op bytes 94851 tot 95789.