Citaat | Parket bij de Hoge Raad 18 januari 2019

Onder 3.47 Parket bij de Hoge Raad 18 januari 2019

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 18 januari 2019, ECLI:NL:PHR:2019:244.

De onderdelen 9 (Prodema) en 10 (Mikas) betogen, samengevat, dat het hof ten onrechte niet heeft beslist over het beroep van Prodema c.s. op derdenwerking van het door Prodema met haar afnemers overeengekomen exoneratiebeding. Hoewel de onderdelen terecht constateren dat het hof niet op het beroep op derdenwerking heeft beslist, is de klacht prematuur. Kennelijk heeft het hof gemeend het beroep op derdenwerking van het exoneratiebeding te behandelen bij of na het oordeel over de hoogte van de schade. Die vrijheid heeft het hof als feitenrechter, zodat niet kan worden geoordeeld dat het hof ten onrechte niet op het beroep op derdenwerking heeft beslist.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/eee6c3a3ea86045553738c588f861e9351ffe5bd11b2b3d917edbc63c889404a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt eee6c3a3ea86045553738c588f861e9351ffe5bd11b2b3d917edbc63c889404a, en de alinea staat in dat document op bytes 128162 tot 128973.