Citaat | Parket bij de Hoge Raad 8 maart 2019
Onder 2.2 Parket bij de Hoge Raad 8 maart 2019
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 8 maart 2019, ECLI:NL:PHR:2019:249.
Subonderdeel 1a klaagt dat het oordeel van het hof, dat een redelijke uitleg van art. 140 Rv met zich brengt dat, nu [betrokkene 1] in de procedure is verschenen, zij procespartij is geworden (of dat nu is door tussenkomst of door voeging), zodat het op 20 juni 2016 gewezen vonnis in kort geding moet worden gezien als een vonnis op tegenspraak tussen alle procespartijen, waartegen derhalve geen verzet openstaat, van een onjuiste rechtsopvatting getuigt. Onder “alle partijen” als bedoeld in art. 140 lid 3 Rv kan niet worden verstaan een partij die zich heeft gevoegd of die is tussengekomen. Het gaat daarbij om de oorspronkelijke gedaagde partij(en) als bedoeld in art. 140 lid 1 en lid 2 Rv en de eisende partij(en). Het hof heeft dit miskend, aldus het subonderdeel.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4ba5a67a9f97b077affb11a0ba11f3e3201ab9c9fb7d21b343a982f0d3f82d63. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4ba5a67a9f97b077affb11a0ba11f3e3201ab9c9fb7d21b343a982f0d3f82d63, en de alinea staat in dat document op bytes 14218 tot 15057.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/4ba5a67a9f97b077affb11a0ba11f3e3201ab9c9fb7d21b343a982f0d3f82d63 | shasum -a 256