Citaat | Parket bij de Hoge Raad 8 maart 2019

Onder 2.14 Parket bij de Hoge Raad 8 maart 2019

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 8 maart 2019, ECLI:NL:PHR:2019:249.

In het vonnis van de voorzieningenrechter van 20 juni 2016 (waarvan [eiser] in verzet is gekomen) is in rov. 1 (het verloop van de procedure) opgenomen dat Lazic op 2 juni 2016 het schriftelijke verzoek heeft gedaan om als gevoegde partij aan de zijde van [eiser] op te treden, welk verzoek is toegestaan (zie rov. 5.2 en het dictum in het incident onder 7.1 van dat vonnis). In lijn hiermee heeft de rechtbank bij de behandeling van de vordering en het verweer in de hoofdzaak het gevoerde verweer van Lazic tegen de ingestelde vordering van [verweerders] in aanmerking genomen (rov. 6.1-6.10).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4ba5a67a9f97b077affb11a0ba11f3e3201ab9c9fb7d21b343a982f0d3f82d63. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4ba5a67a9f97b077affb11a0ba11f3e3201ab9c9fb7d21b343a982f0d3f82d63, en de alinea staat in dat document op bytes 24437 tot 25046.