Citaat | Parket bij de Hoge Raad 8 maart 2019

Onder 2.18 Parket bij de Hoge Raad 8 maart 2019

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 8 maart 2019, ECLI:NL:PHR:2019:249.

Daarnaast geldt, zoals het hof onbestreden in rov. 5.2 heeft overwogen, dat ook indien de beoordeling van de processuele positie van [betrokkene 1] niet voldoende begrijpelijk zou zijn gemotiveerd en haar processuele hoedanigheid zou moeten worden gekwalificeerd als tussengekomen procespartij, zij heeft te gelden als procespartij (zie hiervoor onder 2.11).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4ba5a67a9f97b077affb11a0ba11f3e3201ab9c9fb7d21b343a982f0d3f82d63. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4ba5a67a9f97b077affb11a0ba11f3e3201ab9c9fb7d21b343a982f0d3f82d63, en de alinea staat in dat document op bytes 27306 tot 27678.