Citaat | Parket bij de Hoge Raad 8 maart 2019
Onder 2.22 Parket bij de Hoge Raad 8 maart 2019
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 8 maart 2019, ECLI:NL:PHR:2019:249.
In zijn arrest van 7 juli 2017 , waarin de Hoge Raad de door het gerechtshof ’s-Hertogenbosch gestelde prejudiciële vragen heeft beantwoord over de typering van een vonnis dat is gewezen in een geding waarin van de drie gedagvaarde partijen twee gedaagde partijen niet zijn verschenen en de zaak ten aanzien van de enige verschenen gedaagde partij na de comparitie van partijen wordt doorgehaald, verwees de Hoge Raad allereerst naar eerdere rechtspraak met betrekking tot de strekking van de regeling van art. 140 Rv:
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4ba5a67a9f97b077affb11a0ba11f3e3201ab9c9fb7d21b343a982f0d3f82d63. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4ba5a67a9f97b077affb11a0ba11f3e3201ab9c9fb7d21b343a982f0d3f82d63, en de alinea staat in dat document op bytes 28771 tot 29369.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/4ba5a67a9f97b077affb11a0ba11f3e3201ab9c9fb7d21b343a982f0d3f82d63 | shasum -a 256