Citaat | Parket bij de Hoge Raad 8 maart 2019
Onder 2.24 Parket bij de Hoge Raad 8 maart 2019
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 8 maart 2019, ECLI:NL:PHR:2019:249.
In de onderhavige zaak is m.i. sprake van een aan art. 140 Rv analoge situatie dat in de procedure tegen verschillende gedaagden, ten minste een van hen wel verschijnt en een niet. Aan [betrokkene 1] is toegestaan dat zij zich voegt aan de zijde van de gedagvaarde partij [eiser] , waarna zij is verschenen. Zij is daarmee partij geworden in het geding tussen [verweerders] en [eiser] als gedaagde partij. Tegen [eiser] is vervolgens verstek verleend. Er is vervolgens vonnis gewezen tussen de twee in de procedures verschenen eisers, een niet verschenen gedaagde en een verschenen (gevoegde) partij aan de zijde van de gedaagde partij. Hierdoor kan het risico van tegenstrijdige uitspraken zich voordoen, omdat er twee mogelijke rechtsmiddelen zijn: aan [eiser] zou het rechtsmiddel van verzet toekomen en aan [betrokkene 1] het rechtsmiddel van hoger beroep.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4ba5a67a9f97b077affb11a0ba11f3e3201ab9c9fb7d21b343a982f0d3f82d63. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4ba5a67a9f97b077affb11a0ba11f3e3201ab9c9fb7d21b343a982f0d3f82d63, en de alinea staat in dat document op bytes 32384 tot 33258.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/4ba5a67a9f97b077affb11a0ba11f3e3201ab9c9fb7d21b343a982f0d3f82d63 | shasum -a 256