Citaat | Parket bij de Hoge Raad 19 maart 2019
Onder 3.6.9. Parket bij de Hoge Raad 19 maart 2019
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 19 maart 2019, ECLI:NL:PHR:2019:255.
Deze zaak biedt inzicht in hoe het EHRM de criteria, die laatstelijk in de zaak Hutchinson tegen het Verenigd Koninkrijk zijn geformuleerd, toepast. Daar waar het gaat om voorzienbaarheid en helderheid van de procedure, het vereiste om beslissingen die betrekking hebben op het voortduren of bekorten van een levenslange gevangenisstraf te motiveren, de vereisten die aan een detentieregime kunnen worden gesteld waarin de levenslanggestrafte zich bevindt, en de mogelijkheid van rechterlijke toetsing, kunnen aan deze uitspraak naar mijn mening geen argumenten worden ontleend dat de Nederlandse regeling in strijd zou zijn met art. 3 EVRM. De Nederlandse regeling voldoet, althans op papier en dus de jure, aan de vereisten die kunnen worden afgeleid uit de toetsing van het EHRM in de zaak Petukhov tegen de Oekraïne. Of dat ook de facto het geval is, zal zoals hiervoor al is opgemerkt nog moeten blijken. Ik meen dat het te vroeg is om hierover al een oordeel te vellen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/0015f6f2c116bc975a6b389c243e8ea191d5213f45769527e23cb12451dce8d5. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 0015f6f2c116bc975a6b389c243e8ea191d5213f45769527e23cb12451dce8d5, en de alinea staat in dat document op bytes 73107 tot 74166.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/0015f6f2c116bc975a6b389c243e8ea191d5213f45769527e23cb12451dce8d5 | shasum -a 256