Citaat | Parket bij de Hoge Raad 22 februari 2019

Onder 2.9 Parket bij de Hoge Raad 22 februari 2019

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 22 februari 2019, ECLI:NL:PHR:2019:277.

“3.3.1 Deze grieven kunnen niet slagen. Uit de door [eiser] in eerste aanleg ingediende processtukken blijkt dat hij zich van meet af aan, althans bij conclusie van antwoord, als formele procespartij (“gedaagde sub 2”) heeft gesteld, terwijl hij in diezelfde conclusie (alinea 5) aanvoert bereid te zijn de huurschuld van de vennootschap als eigen schuld te voldoen, nu hij met Ymere heeft afgesproken dat hij ook met zijn eenmanszaak de Kringloopwinkel in het gehuurde mag exploiteren. Dit moet als een gerechtelijke erkenning worden beschouwd, dan wel heeft [eiser] door dit betoog ondubbelzinnig het verweer dat hij niet viel te beschouwen als huurder prijsgegeven (artikel 348 Rv). De kantonrechter heeft het vonnis dan ook terecht jegens [eiser] gewezen en hem veroordeeld tot betaling van de huurachterstand. Tevens brengt voornoemde afspraak met Ymere mee dat [eiser] jegens Ymere met zijn eenmanszaak [B] als huurder heeft te gelden. Dat Ymere de facturen voor de huur nog een aantal maanden aan [A] (overigens op hetzelfde adres) heeft verzonden, doet hieraan niet af.”

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c0bbcf4b62ebd0cd4b589033b23b3a74a0311524bfe946387f8437e071d89931. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c0bbcf4b62ebd0cd4b589033b23b3a74a0311524bfe946387f8437e071d89931, en de alinea staat in dat document op bytes 12242 tot 13341.