Citaat | Parket bij de Hoge Raad 22 februari 2019

Onder 3.2 Parket bij de Hoge Raad 22 februari 2019

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 22 februari 2019, ECLI:NL:PHR:2019:277.

Middel I klaagt dat het hof met zijn oordeel in rov. 3.3.1 het uitgangspunt heeft miskend dat een partij die bij dagvaarding in een bepaalde hoedanigheid in een procedure wordt betrokken, hangende een procedure niet in een andere hoedanigheid kan optreden dan waarin hij is gedagvaard. Hier: [eiser] was ‘in zijn hoedanigheid van vereffenaar’ gedagvaard, maar is in privé veroordeeld. Voorts zou het hof hebben miskend dat, voor zover een partij in een andere hoedanigheid standpunten inneemt en/of zich in een andere hoedanigheid als formele partij in een procedure als gedaagde stelt, dit niet meebrengt dat hij in die hoedanigheid procespartij wordt. Voor zover het hof een en ander niet heeft miskend, is het oordeel van het hof onbegrijpelijk, omdat uit de motivering van het hof niet volgt dat het hof op voornoemde regels acht heeft geslagen en/of het hof onvoldoende is ingegaan op de stellingen van [eiser] ter zake.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c0bbcf4b62ebd0cd4b589033b23b3a74a0311524bfe946387f8437e071d89931. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c0bbcf4b62ebd0cd4b589033b23b3a74a0311524bfe946387f8437e071d89931, en de alinea staat in dat document op bytes 15867 tot 16811.