Citaat | Parket bij de Hoge Raad 22 februari 2019
Onder 3.5 Parket bij de Hoge Raad 22 februari 2019
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 22 februari 2019, ECLI:NL:PHR:2019:277.
In de meeste gevallen zal een procespartij opkomen voor zijn eigen belangen ( pro se ). Dan zijn de hoedanigheden van formele en materiële procespartij verenigd in één (rechts)persoon. Het onderscheid tussen formele en materiële procespartij ontstaat wanneer de persoon die procedeert en de persoon wiens materiële procesbelang wordt geraakt verschillende personen zijn. Dit is bijvoorbeeld het geval indien een wettelijk vertegenwoordiger als formele procespartij optreedt voor een minderjarige of een curandus (materiële procespartij). Daarnaast is het mogelijk dat een procespartij optreedt krachtens een lastgevingsovereenkomst, al dan niet gecombineerd met een volmacht om in naam van de lastgever te handelen. Indien een procespartij een andere partij vertegenwoordigt (in de zin dat wordt opgetreden ten aanzien van andermans rechten of verplichtingen), treedt deze partij op in hoedanigheid en dus qualitate qua ( q.q. ).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c0bbcf4b62ebd0cd4b589033b23b3a74a0311524bfe946387f8437e071d89931. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c0bbcf4b62ebd0cd4b589033b23b3a74a0311524bfe946387f8437e071d89931, en de alinea staat in dat document op bytes 17973 tot 19150.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/c0bbcf4b62ebd0cd4b589033b23b3a74a0311524bfe946387f8437e071d89931 | shasum -a 256