Citaat | Parket bij de Hoge Raad 22 februari 2019

Onder 3.6 Parket bij de Hoge Raad 22 februari 2019

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 22 februari 2019, ECLI:NL:PHR:2019:277.

In de onderhavige zaak stelt middel 1 de vraag aan de orde of een procespartij hangende een procedure kan (gaan) optreden in een andere hoedanigheid dan die waarin hij is gedagvaard. Het middel beantwoordt deze vraag ontkennend en verwijst daarbij naar de arresten van de Hoge Raad van 2 april 1993 en van 22 oktober 2004. Samengevat volgt uit deze rechtspraak, die steeds betrekking heeft op de eisende partij, dat een procespartij noch door wijziging van eis, noch anderszins, in hoger beroep of cassatie als procespartij in een andere hoedanigheid kan optreden dan die waarin hij zijn vordering in eerste aanleg heeft ingesteld. Een procespartij die alleen voor zichzelf optreedt kan in een procedure – noch hangende een instantie noch in een volgende instantie – dus niet tevens of uitsluitend in hoedanigheid gaan optreden, of omgekeerd. Ik verwijs tevens haar de arresten van 14 mei 1965, 21 november 2003 en 12 maart 2004. Deze strikte lijn acht ik gerechtvaardigd vanuit het oogpunt van rechtszekerheid en het verdedigingsbeginsel.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c0bbcf4b62ebd0cd4b589033b23b3a74a0311524bfe946387f8437e071d89931. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c0bbcf4b62ebd0cd4b589033b23b3a74a0311524bfe946387f8437e071d89931, en de alinea staat in dat document op bytes 19229 tot 20738.