Citaat | Parket bij de Hoge Raad 22 februari 2019
Onder 3.8 Parket bij de Hoge Raad 22 februari 2019
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 22 februari 2019, ECLI:NL:PHR:2019:277.
Toch kan het middel niet tot cassatie leiden, omdat het m.i. berust op de onjuiste feitelijke aanname dat [eiser] in een andere hoedanigheid is gedagvaard dan hij is veroordeeld. [eiser] was bestuurder van de vennootschap. Na ontbinding is hij, naar ik aanneem op grond van de statuten van de vennootschap, vereffenaar geworden. Een vereffenaar heeft dezelfde bevoegdheden, plichten en aansprakelijkheid als een bestuurder, voor zover deze verenigbaar zijn met zijn taak als vereffenaar (art. 2:23a lid 1 BW). Net zoals het geval zou zijn indien [eiser] was aangesproken als bestuurder, is hij als vereffenaar in persoon aansprakelijk gehouden. Zowel een bestuurder als een vereffenaar moeten een eventuele veroordeling voldoen uit eigen vermogen. Het gaat niet dus niet om een aansprakelijkheid in bepaalde hoedanigheid (zoals die van een faillissementscurator, een bewindvoerder, een lastnemer, etc.). Daarom moet het er voor worden gehouden dat [eiser] in persoon is gedagvaard. Anders dan het middel tot uitgangspunt neemt, doet zich hier daarom niet de situatie voor dat [eiser] q.q . is gedagvaard maar pro se is veroordeeld. Reeds daarom faalt het middel.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c0bbcf4b62ebd0cd4b589033b23b3a74a0311524bfe946387f8437e071d89931. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c0bbcf4b62ebd0cd4b589033b23b3a74a0311524bfe946387f8437e071d89931, en de alinea staat in dat document op bytes 21388 tot 22732.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/c0bbcf4b62ebd0cd4b589033b23b3a74a0311524bfe946387f8437e071d89931 | shasum -a 256