Citaat | Parket bij de Hoge Raad 22 februari 2019
Onder 3.9 Parket bij de Hoge Raad 22 februari 2019
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 22 februari 2019, ECLI:NL:PHR:2019:277.
Ten overvloede wijs ik nog op het volgende. Uit het arrest van 22 oktober 2004 volgt dat de vraag in welke hoedanigheid een procespartij optreedt, een kwestie is van uitleg van het exploot waarmee de desbetreffende instantie wordt ingeleid, waarbij de wilsvertrouwensleer als maatstaf fungeert. Het gaat er om wat betrokkenen hebben begrepen of althans redelijkerwijs hadden moeten begrijpen. Met betrekking tot de aansprakelijkheid van [eiser] voor de huurachterstand bevat de inleidende dagvaarding enkele – m.i. niet voor tweeërlei uitleg vatbare – stellingen:
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c0bbcf4b62ebd0cd4b589033b23b3a74a0311524bfe946387f8437e071d89931. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c0bbcf4b62ebd0cd4b589033b23b3a74a0311524bfe946387f8437e071d89931, en de alinea staat in dat document op bytes 22811 tot 23584.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/c0bbcf4b62ebd0cd4b589033b23b3a74a0311524bfe946387f8437e071d89931 | shasum -a 256