Citaat | Parket bij de Hoge Raad 22 februari 2019
Onder 3.17 Parket bij de Hoge Raad 22 februari 2019
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 22 februari 2019, ECLI:NL:PHR:2019:277.
Kijken we nu naar wat [eiser] in feitelijke aanleg heeft gesteld, dan kan er m.i. weinig twijfel over bestaan dat hij heeft erkend dat hij als huurder kon worden beschouwd. In zijn conclusie van antwoord in het incident onder 5 heeft [eiser] gesteld bereid te zijn de huurschuld van de vennootschap als zijn eigen schuld te voldoen, omdat hij met Ymere de afspraak heeft gemaakt dat hij ook met zijn eenmanszaak de Kringloopwinkel in het gehuurde mag exploiteren (zier hiervoor, 3.11). In zijn conclusie van antwoord in de bodemprocedure heeft [eiser] met zoveel woorden herhaald dat hij met Ymere had afgesproken dat hij de Kringloopwinkel kon voortzetten met zijn eenmanszaak (maar daarbij niet herhaald dat hij bereid was om de huurschuld als eigen schuld te voldoen).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c0bbcf4b62ebd0cd4b589033b23b3a74a0311524bfe946387f8437e071d89931. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c0bbcf4b62ebd0cd4b589033b23b3a74a0311524bfe946387f8437e071d89931, en de alinea staat in dat document op bytes 32320 tot 33169.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/c0bbcf4b62ebd0cd4b589033b23b3a74a0311524bfe946387f8437e071d89931 | shasum -a 256