Citaat | Parket bij de Hoge Raad 22 februari 2019
Onder 3.21 Parket bij de Hoge Raad 22 februari 2019
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 22 februari 2019, ECLI:NL:PHR:2019:277.
“4. Zo blijkt uit de aantekeningen [van de griffier van de zitting van 21 oktober 2014 voor de rechtbank; A-G] bijvoorbeeld dat [eiser] meermaals heeft verklaard dat hij de huurachterstand zal voldoen en [eiser] zijn eenmanszaak in de huurovereenkomst in de plaats is getreden van de ontbonden vennootschap [de vennootschap] B.V. Zoals reeds gesteld in de memorie van antwoord is dit een gerechtelijke erkenning ex artikel 154 Rv. Voorts heeft [eiser] geen enkel verweer gevoerd tegen het argument van Ymere dat hij zich reeds als formele procespartij heeft gesteld tijdens de procedure in eerste aanleg, hetgeen blijkt uit de processtukken van de zijde van [eiser] . [eiser] erkent derhalve dat hij in eerste aanleg procespartij is, zodat hij terecht in privé is veroordeeld.”
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c0bbcf4b62ebd0cd4b589033b23b3a74a0311524bfe946387f8437e071d89931. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c0bbcf4b62ebd0cd4b589033b23b3a74a0311524bfe946387f8437e071d89931, en de alinea staat in dat document op bytes 38681 tot 39476.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/c0bbcf4b62ebd0cd4b589033b23b3a74a0311524bfe946387f8437e071d89931 | shasum -a 256