Citaat | Parket bij de Hoge Raad 22 februari 2019
Onder 3.22 Parket bij de Hoge Raad 22 februari 2019
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 22 februari 2019, ECLI:NL:PHR:2019:277.
Mede tegen de achtergrond van voormelde stellingen heeft het hof in het verweer van Ymere klaarblijkelijk tevens een beroep gelezen op het leerstuk van het gedekt verweer. Deze aan het hof als feitenrechter voorbehouden lezing van de gedingstukken behelst m.i. geen miskenning van de grenzen van de rechtsstrijd. Onbegrijpelijk acht ik de uitleg evenmin. Daartoe wijs ik erop dat de gerechtelijke erkenning (art. 154 Rv) – waarop Ymere zich als gezegd wel heeft beroepen – en het gedekt verweer (art. 348 Rv) dichtbij elkaar staan. De gerechtelijke erkenning (art. 154 Rv) – waarop Ymere zich als gezegd wel heeft beroepen – en het gedekt verweer (art. 348 Rv) liggen dicht bij elkaar: de maatstaf voor het aannemen van een gerechtelijke erkenning (‘uitdrukkelijk en ondubbelzinnig erkennen’ van de waarheid van een stelling van de wederpartij ) is nagenoeg gelijk aan de maatstaf voor het aannemen van een gedekt verweer in de zin van art. 348 Rv (‘ondubbelzinnig prijsgeven’). Daarnaast hebben beide leerstukken hetzelfde rechtsgevolg, namelijk dat het de partij aan wie zij worden tegengeworpen niet vrij staat om op haar standpunt terug te komen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c0bbcf4b62ebd0cd4b589033b23b3a74a0311524bfe946387f8437e071d89931. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c0bbcf4b62ebd0cd4b589033b23b3a74a0311524bfe946387f8437e071d89931, en de alinea staat in dat document op bytes 39576 tot 40946.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/c0bbcf4b62ebd0cd4b589033b23b3a74a0311524bfe946387f8437e071d89931 | shasum -a 256