Citaat | Parket bij de Hoge Raad 22 februari 2019
Onder 3.24 Parket bij de Hoge Raad 22 februari 2019
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 22 februari 2019, ECLI:NL:PHR:2019:277.
Onderdeel 1 komt op tegen het oordeel van het hof in rov. 3.3.1 dat sprake is van een gerechtelijke erkenning. Dit oordeel heeft het hof mede ten grondslag gelegd aan zijn ‘eindoordeel’ dat de kantonrechter het vonnis terecht jegens [eiser] in privé heeft gewezen en hem heeft veroordeeld tot betaling van de huurachterstand. Het hof heeft zijn eindoordeel op dit punt echter ook doen steunen op het oordeel dat sprake is van een gedekt verweer. Dit oordeel geldt blijkens de door het hof gebezigde bewoordingen ( “dan wel” ) als alternatief voor het oordeel dat sprake is van een gerechtelijke erkentenis in de zin van art. 154 Rv. Het oordeel dat sprake is van een gedekt verweer kan het eindoordeel van het hof op dit punt dan ook zelfstandig dragen. Nu de tegen dit oordeel gerichte klachten falen (zie de bespreking van onderdeel 2) kan onderdeel 1 geen grond voor cassatie (meer) vormen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c0bbcf4b62ebd0cd4b589033b23b3a74a0311524bfe946387f8437e071d89931. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c0bbcf4b62ebd0cd4b589033b23b3a74a0311524bfe946387f8437e071d89931, en de alinea staat in dat document op bytes 41417 tot 42413.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/c0bbcf4b62ebd0cd4b589033b23b3a74a0311524bfe946387f8437e071d89931 | shasum -a 256