Citaat | Parket bij de Hoge Raad 22 februari 2019

Onder 3.25 Parket bij de Hoge Raad 22 februari 2019

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 22 februari 2019, ECLI:NL:PHR:2019:277.

Onderdeel 3 keert zich tegen het in rov. 3.3.1 (voorlaatste zin) vervatte overweging van het hof dat [eiser] met zijn eenmanszaak [B] jegens Ymere als huurder heeft te gelden. Ook dit onderdeel kan bij gebrek aan belang niet tot cassatie leiden, nu de daaraan voorafgaande overwegingen in rov 3.3.1 het oordeel van het hof kunnen dragen dat de kantonrechter het vonnis terecht jegens [eiser] heeft gewezen en hem heeft veroordeeld tot betaling van de huurachterstand . De aan dit oordeel ten grondslag liggende overwegingen houden stand in cassatie. Het falen van onderdeel 2 betekent bovendien dat het oordeel van het hof dat sprake is van een gedekt verweer overeind blijft staan. [eiser] kan zich bijgevolg tegen de stelling van Ymere dat hij als huurder heeft te gelden c.q. tegen de vordering tot betaling van de huurachterstand niet (langer) verweren door zich op het standpunt te stellen dat hij niet als huurder valt te beschouwen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c0bbcf4b62ebd0cd4b589033b23b3a74a0311524bfe946387f8437e071d89931. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c0bbcf4b62ebd0cd4b589033b23b3a74a0311524bfe946387f8437e071d89931, en de alinea staat in dat document op bytes 42493 tot 43655.