Citaat | Parket bij de Hoge Raad 22 maart 2019

Onder 5.3 Parket bij de Hoge Raad 22 maart 2019

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 22 maart 2019, ECLI:NL:PHR:2019:281.

38. In het onderhavige geval stelt § 9, punt 7, GewStG 2002 als voorwaarde voor aftrek van dividenden die ingezeten vennootschappen van hun in derde landen gevestigde dochterondernemingen hebben ontvangen, dat de door de ingezeten vennootschap gehouden deelneming in de dochteronderneming sinds het begin van het referentietijdvak ononderbroken ten minste 15 % bedraagt.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/3ce2e0f3ae49e5cac268730fafe8f13e6e5cf4073d04b62b86681f6c4e7c697c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 3ce2e0f3ae49e5cac268730fafe8f13e6e5cf4073d04b62b86681f6c4e7c697c, en de alinea staat in dat document op bytes 93912 tot 94296.