Citaat | Parket bij de Hoge Raad 22 maart 2019

Onder 6.12 Parket bij de Hoge Raad 22 maart 2019

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 22 maart 2019, ECLI:NL:PHR:2019:281.

De belanghebbende en de NOB betogen ter zake van de nu te beantwoorden vragen dat voor vrijwillige betaling bij dooruitdeling een wettelijke grondslag nodig zou zijn, wellicht suggererende dat die bovendien niet zou mogen terugwerken. Mijns inziens is noch het een, noch het ander het geval. Het HvJ EU eist in Fidelity Funds niet meer dan de mogelijkheid van een vrijwillige keus voor (volledige; niet-selectieve) nationale behandeling, net zoals hij in de zaak National Grid Indus niet meer eiste dan dat de exit staat bij vennootschappelijke emigratie de belastingplichtige een keuze zou bieden tussen het wettelijke afrekenregime bij feitelijke zetelverplaatsing en een vrijwillig uitstelregime mét zekerheidstelling en renteberekening tot aan betaling. Ook in die zaak achtte het Hof de beperkende nationale maatregel (de emigratieheffing) op zichzelf gerechtvaardigd vanwege territoriale coherentie, maar zijn modaliteit (meteen betalen) onevenredig zonder een keuzemogelijkheid voor de belastingplichtige voor uitstel met rente en zekerheidstelling.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/3ce2e0f3ae49e5cac268730fafe8f13e6e5cf4073d04b62b86681f6c4e7c697c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 3ce2e0f3ae49e5cac268730fafe8f13e6e5cf4073d04b62b86681f6c4e7c697c, en de alinea staat in dat document op bytes 114250 tot 115559.