Citaat | Parket bij de Hoge Raad 22 maart 2019

Onder 1.2 Parket bij de Hoge Raad 22 maart 2019

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 22 maart 2019, ECLI:NL:PHR:2019:281.

De belanghebbende is een Amerikaans open-end diversed management company . Zij belegt het in haar ingelegde vermogen onder meer in Nederland, maar heeft daar geen vaste inrichting (gehad). Op het door haar ontvangen dividend is 15% dividendbelasting ingehouden, die zij terug wil hebben. In geschil is of de Nederlandse weigering van teruggaaf van dividendbelasting c.q. van afdrachtvermindering bij dooruitdeling de EU-vrijheid van kapitaalverkeer – die ook jegens derde landen geldt – ongerechtvaardigd belemmert. Is dat het geval, dan is vervolgens in geschil of de afdrachtverminderingsregeling niettemin beschermd wordt door de grandfather clause van art. 64(1) VwEU. Daarvoor is beslissend (i) of die regeling, althans een regeling met dezelfde hoofdgedachte ononderbroken heeft bestaan sinds 31 december 1993 en (ii) of het litigieuze beleggingsverkeer onder één van de vier in art. 64(1) VwEU genoemde beschermde categorieën van kapitaalverkeer valt, waarbij alleen het kapitaalverkeer in verband met financiële diensten in aanmerking komt.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/3ce2e0f3ae49e5cac268730fafe8f13e6e5cf4073d04b62b86681f6c4e7c697c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 3ce2e0f3ae49e5cac268730fafe8f13e6e5cf4073d04b62b86681f6c4e7c697c, en de alinea staat in dat document op bytes 21999 tot 23138.