Citaat | Parket bij de Hoge Raad 22 maart 2019
Onder 8.2 Parket bij de Hoge Raad 22 maart 2019
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 22 maart 2019, ECLI:NL:PHR:2019:281.
Zou vraag 2 wel aan snee komen, dan luidt het antwoord daarop mijns inziens bevestigend, ongeacht of het desbetreffende niet-ingezeten fonds in de laatste vier maanden van 2007 beschikte over een vaste inrichting in Nederland van waaruit de beleggingen in Nederland werden bestierd. Ik meen dat (i) het kapitaalverkeer voortvloeiend uit belanghebbendes activiteiten een duidelijk causaal heeft met haar financiële diensten jegens haar participanten: zij belegt in Nederland voor hen en ontvangt Nederlandse dividenden voor hen , en (ii) dat het fbi-regime ook na 2007 een qua zelfde hoofdgedachte onmiskenbaar op 31 december 1993 ‘bestaande’ regeling is. De afdrachtvermindering wordt daarom mijns inziens grandfathered door art. 64(1) VwEU. Maar als u toch op antwoord wacht (zie 8.1), zou u ook kunnen wachten op het antwoord op vraag 2 in de bij het HvJ EU aanhangige zaak C-641/17, College Pension Plan of British Columbia .
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/3ce2e0f3ae49e5cac268730fafe8f13e6e5cf4073d04b62b86681f6c4e7c697c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 3ce2e0f3ae49e5cac268730fafe8f13e6e5cf4073d04b62b86681f6c4e7c697c, en de alinea staat in dat document op bytes 187116 tot 188200.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/3ce2e0f3ae49e5cac268730fafe8f13e6e5cf4073d04b62b86681f6c4e7c697c | shasum -a 256