Citaat | Parket bij de Hoge Raad 8 maart 2019
Onder 6.12 Parket bij de Hoge Raad 8 maart 2019
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 8 maart 2019, ECLI:NL:PHR:2019:329.
Dit vereiste betreft de kernvraag van art. 6:228 lid 1 sub b BW. Aan de hand van de verkeersopvattingen dient te worden beoordeeld of in de omstandigheden van het geval op de wederpartij een mededelingsplicht rustte. Simpel gezegd gaat het daarbij om de vraag of de wederpartij de dwalende uit de droom had moeten helpen. Zelfs wanneer is voldaan aan alle bovengenoemde eisen, zal dat niet altijd het geval zijn. Zo blijkt uit de parlementaire geschiedenis dat het te ver gaat om van de wederpartij te eisen dat hij de ander mededeelt dat de bedongen prestatie ergens anders goedkoper, beter, op gunstigere voorwaarden of met minder ongemak is te verkrijgen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4f3fa5b0119cb9aaeea5a118c2d105898732ac3dcdcae89053bb8926e22d6fa9. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4f3fa5b0119cb9aaeea5a118c2d105898732ac3dcdcae89053bb8926e22d6fa9, en de alinea staat in dat document op bytes 87345 tot 88080.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/4f3fa5b0119cb9aaeea5a118c2d105898732ac3dcdcae89053bb8926e22d6fa9 | shasum -a 256