Citaat | Parket bij de Hoge Raad 8 maart 2019
Onder 10.22.2 Parket bij de Hoge Raad 8 maart 2019
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 8 maart 2019, ECLI:NL:PHR:2019:329.
Art. 6:230 BW ziet op het geval dat overeenkomst die onder invloed van dwaling tot stand is gekomen, leidt tot nadeel dat zich leent voor opheffing. De vraag of dit nadeel zich alleen kan voordoen tijdens de looptijd van de overeenkomst of ook na uitvoering, staat los daarvan. Zo is de koopovereenkomst voor een zaak waarbij de koper heeft gedwaald over een voor de waarde van de zaak relevant kenmerk van de zaak, na eigendomsoverdracht en aflevering van de zaak (art. 7:9 BW) en betaling van koopprijs (art. 7:26 BW) uitgevoerd in de zin dat deze verbintenissen uit de overeenkomst door nakoming teniet zijn gegaan. Maar in dit geval is nog steeds sprake van een uit de overeenkomst voortvloeiend nadeel dat ophefbaar zou kunnen zijn. Bij duurovereenkomsten geldt hetzelfde. Het zojuist gegeven voorbeeld zou ook kunnen spelen als in een distributieovereenkomst met prijscondities voor toekomstige leveranties van door partijen gespecificeerde zaken, door de distribiteur/koper wordt gedwaald over een waardebepalend kenmerk van die zaken.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4f3fa5b0119cb9aaeea5a118c2d105898732ac3dcdcae89053bb8926e22d6fa9. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4f3fa5b0119cb9aaeea5a118c2d105898732ac3dcdcae89053bb8926e22d6fa9, en de alinea staat in dat document op bytes 174327 tot 175510.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/4f3fa5b0119cb9aaeea5a118c2d105898732ac3dcdcae89053bb8926e22d6fa9 | shasum -a 256