Citaat | Parket bij de Hoge Raad 8 maart 2019
Onder 11.13 Parket bij de Hoge Raad 8 maart 2019
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 8 maart 2019, ECLI:NL:PHR:2019:329.
Vraag 4 zou als volgt kunnen worden beantwoord. Voor een geslaagd beroep op dwaling is onder meer vereist dat de betrokkene de overeenkomst niet of niet op dezelfde voorwaarden zou hebben gesloten, als de dwaling niet had plaatsgehad, en voorts dat dit voor de wederpartij kenbaar is. Aan deze vereisten zal in het algemeen – behoudens bijzondere, door de partij die zich op dwaling beroept, te stellen omstandigheden – niet zijn voldaan wanneer de bank geen mededelingen heeft gedaan over de aanwezigheid van een bankmarge (van een bepaalde omvang) als onderdeel van het onder de renteswapovereenkomst door de klant verschuldigde vaste rentetarief, voor zover aan het beroep op dwaling ten grondslag wordt gelegd het bestaan van een onjuiste voorstelling van zaken ten aanzien van de omstandigheid dat dit vaste rentetarief een dergelijke opslag of marge voor de bank inhoudt.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4f3fa5b0119cb9aaeea5a118c2d105898732ac3dcdcae89053bb8926e22d6fa9. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4f3fa5b0119cb9aaeea5a118c2d105898732ac3dcdcae89053bb8926e22d6fa9, en de alinea staat in dat document op bytes 210748 tot 211690.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/4f3fa5b0119cb9aaeea5a118c2d105898732ac3dcdcae89053bb8926e22d6fa9 | shasum -a 256