Citaat | Parket bij de Hoge Raad 15 januari 2019
Alinea 71 Parket bij de Hoge Raad 15 januari 2019
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 15 januari 2019, ECLI:NL:PHR:2019:33.
Zo is de vordering ter terechtzitting in eerste aanleg summier toegelicht, onder meer met de onderbouwing dat benadeelde die bewuste dag al op haar zwakst was en geen inkomen had. Aan cliënt en diens medeverdachte kan deze gesteldheid van benadeelde echter niet in redelijkheid worden toegerekend. Uit het dossier volgt genoegzaam dat benadeelde een turbulent verleden heeft, dakloos was en een zwervend bestaan leed, geen baan/inkomen had en schulden heeft. Het is echter niet redelijk om met een dergelijke hoge vordering al hetgeen destijds niet geheel vlekkeloos verloopt/is verlopen in het leven van benadeelde, zonder dat dit gestaafd is, op het bordje van mijn jeugdige cliënt en diens medeverdachte te leggen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/697a3272dcf4a3bbce65dbf2a782005c42193b786833c9c961f650db4fd425a7. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 697a3272dcf4a3bbce65dbf2a782005c42193b786833c9c961f650db4fd425a7, en de alinea staat in dat document op bytes 22544 tot 23276.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/697a3272dcf4a3bbce65dbf2a782005c42193b786833c9c961f650db4fd425a7 | shasum -a 256