Citaat | Parket bij de Hoge Raad 8 maart 2019

Onder 4.4 Parket bij de Hoge Raad 8 maart 2019

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 8 maart 2019, ECLI:NL:PHR:2019:330.

De onderdelen 1 t/m 6 van het principale middel van de Bank die de mededelingsplicht bij dwaling aan de orde stellen, hebben een principieel karakter. Deze problematiek is ook aan de orde in de prejudiciële vragen die de rechtbank Amsterdam heeft gesteld (zaaknrs. 18/03941 en 18/03942) en in de zaak ING/Cliënt (zaaknr. 18/01155), waarin ik heden eveneens concludeer. Ik verwijs naar de beschouwing hierover onder 6-8 van deze conclusie en de behandeling van deze klachten onder 9 van deze conclusie.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f7cb75da3163595b73a049083481491f67fcc377dc2463c4479e2daa4c69bf8b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f7cb75da3163595b73a049083481491f67fcc377dc2463c4479e2daa4c69bf8b, en de alinea staat in dat document op bytes 50734 tot 51285.