Citaat | Parket bij de Hoge Raad 8 maart 2019
Onder 9.19.2 Parket bij de Hoge Raad 8 maart 2019
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 8 maart 2019, ECLI:NL:PHR:2019:330.
Deze klacht gaat naar mijn mening niet op, omdat zij berust op een onjuiste lezing van het arrest van het hof. In rov. 3.11 EA overweegt het hof in algemene termen dat enerzijds op ABN AMRO een mededelingsplicht rust en anderzijds dat “van een gemiddeld geïnformeerde, omzichtig en oplettend handelende afnemer worden verwacht dat hij de door hem ontvangen en ondertekende stukken zorgvuldig doorleest en, zo de inhoud daarvan hem niet geheel duidelijk is, om opheldering vraagt.” Aan dit laatste verbindt het hof de gevolgtrekking dat [verweerster 1] een onderzoeksplicht had, hetgeen inhoudt dat zij – binnen redelijke grenzen, mede afhankelijk van de rechtsrelatie met ABN Amro – was gehouden te voorkomen dat zij op basis van een onjuiste voorstelling van zaken de renteswap zou sluiten. Tot welk onderzoek [verweerster 1] in de gegeven omstandigheden was gehouden, beoordeelt het hof vervolgens in rov. 2.15 EA. Het hof heeft dus onderzocht wat in de concrete omstandigheden van het geval van [verweerster 1] aan onderzoek mocht worden verwacht.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f7cb75da3163595b73a049083481491f67fcc377dc2463c4479e2daa4c69bf8b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f7cb75da3163595b73a049083481491f67fcc377dc2463c4479e2daa4c69bf8b, en de alinea staat in dat document op bytes 167992 tot 169129.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/f7cb75da3163595b73a049083481491f67fcc377dc2463c4479e2daa4c69bf8b | shasum -a 256