Citaat | Parket bij de Hoge Raad 8 maart 2019

Onder 9.25.3 Parket bij de Hoge Raad 8 maart 2019

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 8 maart 2019, ECLI:NL:PHR:2019:330.

De beroepskwalificatie van de financieel adviseur kan daarbij een rol spelen, maar mogelijk ook hetgeen de bank weet over de kennis en ervaring van de desbetreffende adviseur ten aanzien van het financiële product waarover door de bank met haar klant in aanwezigheid van diens financieel adviseur wordt gesproken. De ene adviseur (of het nu gaat om een accountant, advocaat, ingenieur etc.) is de andere nu eenmaal niet, zou men kunnen zeggen. Mede daarom meen ik dat niet kan worden uitgegaan van een (bijzondere) verkeersopvatting als bedoeld in subonderdeel 3.2.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f7cb75da3163595b73a049083481491f67fcc377dc2463c4479e2daa4c69bf8b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f7cb75da3163595b73a049083481491f67fcc377dc2463c4479e2daa4c69bf8b, en de alinea staat in dat document op bytes 179105 tot 179686.