Citaat | Parket bij de Hoge Raad 8 maart 2019

Onder 9.33.2 Parket bij de Hoge Raad 8 maart 2019

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 8 maart 2019, ECLI:NL:PHR:2019:330.

Waar het hof in rov. 2.14 EA spreekt van ‘welk concreet financieel risico [verweerster 1] loopt’ en van ‘de financiële consequenties’, gaat het dus om het meer inzichtelijk maken voor [verweerster 1] van het financiële risico van een negatieve marktwaarde, niet om een berekening vooraf van de omvang daarvan. Dat van de bank niet zou kunnen worden verwacht om aan de hand van een (fictief) voorbeeld enig inzicht te verschaffen in de orde van grootte van dit financiële risico, omdat dit schijnprecisie zou geven en geen werkelijke informatieve betekenis zou hebben (zoals wordt betoogd in subonderdeel 4.5.4 en de s.t.) , lijkt mij onaannemelijk.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f7cb75da3163595b73a049083481491f67fcc377dc2463c4479e2daa4c69bf8b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f7cb75da3163595b73a049083481491f67fcc377dc2463c4479e2daa4c69bf8b, en de alinea staat in dat document op bytes 195727 tot 196463.