Citaat | Parket bij de Hoge Raad 8 maart 2019

Onder 9.34.2 Parket bij de Hoge Raad 8 maart 2019

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 8 maart 2019, ECLI:NL:PHR:2019:330.

Gegeven het slagen van de klachten van onderdeel 1 dat het hof ten onrechte voor de mededelingsplicht een waarschuwing heeft vereist, slagen ook de subonderdelen 5.1 t/m 5.3 . Daarin wordt naar mijn mening terecht geklaagd dat het hof ook aandacht had dienen te besteden aan de stellingen van ABN AMRO over de betekenis van de gesprekken van 20 september 2006, april 2007 en 19 juni 2007, alvorens te oordelen dat ABN AMRO haar mededelingsplicht had geschonden. De tegen de uitleg van de stellingen van ABN AMRO en de verwerping van het bewijsaanbod gerichte klachten in de subonderdelen 5.4 en 5.5 behoeven mijns inziens geen behandeling. Na cassatie en verwijzing zal opnieuw kunnen worden beoordeeld of, er aanleiding is om op deze bewijsaanbiedingen in te gaan en, zo ja, hoe.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f7cb75da3163595b73a049083481491f67fcc377dc2463c4479e2daa4c69bf8b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f7cb75da3163595b73a049083481491f67fcc377dc2463c4479e2daa4c69bf8b, en de alinea staat in dat document op bytes 197465 tot 198333.