Citaat | Parket bij de Hoge Raad 8 maart 2019

Onder 9.39.2 Parket bij de Hoge Raad 8 maart 2019

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 8 maart 2019, ECLI:NL:PHR:2019:330.

In mijn conclusie van heden in de zaak ING/Cliënt (18/01155) bespreek ik de mogelijkheid om de na vernietiging van de renteswapovereenkomst ontstane verbintenissen uit onverschuldigde betaling af te wikkelen op de voet van art. 6:210 lid 2 BW op een wijze waarbij rekening wordt gehouden met de hypothetische positie van de klant van de bank in de situatie waarin deze zou hebben verkeerd indien hij niet zou hebben gedwaald.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f7cb75da3163595b73a049083481491f67fcc377dc2463c4479e2daa4c69bf8b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f7cb75da3163595b73a049083481491f67fcc377dc2463c4479e2daa4c69bf8b, en de alinea staat in dat document op bytes 205213 tot 205653.