Citaat | Parket bij de Hoge Raad 8 maart 2019
Onder 9.42 Parket bij de Hoge Raad 8 maart 2019
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 8 maart 2019, ECLI:NL:PHR:2019:330.
Art. 6:119a BW heeft alleen betrekking op de geldelijke tegenprestatie voor geleverde goederen of diensten op grond van een handelsovereenkomst. Dit betreft de primaire betalingsverplichting uit de handelsovereenkomst. De wettelijke handelsrente ziet dus niet op andere geldelijke verplichtingen waartoe zo’n overeenkomst aanleiding kan geven. Het subonderdeel wijst er terecht op dat de verbintenis uit onverschuldigde betaling na vernietiging van de overeenkomst niet een dergelijke primaire betalingsverplichting is.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f7cb75da3163595b73a049083481491f67fcc377dc2463c4479e2daa4c69bf8b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f7cb75da3163595b73a049083481491f67fcc377dc2463c4479e2daa4c69bf8b, en de alinea staat in dat document op bytes 207861 tot 208459.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/f7cb75da3163595b73a049083481491f67fcc377dc2463c4479e2daa4c69bf8b | shasum -a 256