Citaat | Parket bij de Hoge Raad 8 maart 2019
Onder 9.6.2 Parket bij de Hoge Raad 8 maart 2019
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 8 maart 2019, ECLI:NL:PHR:2019:331.
Deze klacht berust op een onjuiste lezing van het arrest. Het hof overwoog dat gesteld noch gebleken is dat Cliënt op enig moment van de faciliteit gebruik heeft willen maken (rov. 3.10 TA2). Met de daarop volgende overweging dat ING steeds eigenhandig bedragen van de marginverplichtingen ten laste van de faciliteit heeft geboekt, verwijst naar het gebruik van de faciliteit door ING (zie rov. 3.12 TA2), niet naar de betekenis van ‘boeken’ die de klacht daaraan toekent.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/61da9d95f6a8a46a0448dd6a7c54ebeb4c9bd9631750a4b722d4ac1b3439b941. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 61da9d95f6a8a46a0448dd6a7c54ebeb4c9bd9631750a4b722d4ac1b3439b941, en de alinea staat in dat document op bytes 171644 tot 172235.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/61da9d95f6a8a46a0448dd6a7c54ebeb4c9bd9631750a4b722d4ac1b3439b941 | shasum -a 256