Citaat | Parket bij de Hoge Raad 8 maart 2019
Onder 9.11.2 Parket bij de Hoge Raad 8 maart 2019
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 8 maart 2019, ECLI:NL:PHR:2019:331.
Dit subonderdeel is een uitwerking van subonderdeel 1.c. Subonderdeel 1.d berust op de juiste rechtsopvatting dat voor de mededelingsplicht van de bank, respectievelijk de vraag of de bank daaraan heeft voldaan, relevant kan zijn de kennis, deskundigheid of ervaring die de desbetreffende klant geacht kan worden te hebben alsmede of de klant met betrekking tot de renteswap is bijgestaan door een ter zake voldoende competent te achten financieel adviseur (niet zijnde de bank (zie hiervoor in 6.13 en 6.25). Uit de rov. 2.10-2.13 EA volgt als zodanig echter niet dat het hof dit zou hebben miskend of dat zijn oordeel in dit opzicht onvoldoende zou zijn gemotiveerd. Indien het hof, zoals subonderdeel 1.e aanvoert, ten onrechte een bewijsaanbod van ING op dit punt zou hebben gepasseerd, dan zou in het verlengde daarvan de motiveringsklacht van subonderdeel 1.d wel slagen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/61da9d95f6a8a46a0448dd6a7c54ebeb4c9bd9631750a4b722d4ac1b3439b941. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 61da9d95f6a8a46a0448dd6a7c54ebeb4c9bd9631750a4b722d4ac1b3439b941, en de alinea staat in dat document op bytes 185510 tot 186464.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/61da9d95f6a8a46a0448dd6a7c54ebeb4c9bd9631750a4b722d4ac1b3439b941 | shasum -a 256