Citaat | Parket bij de Hoge Raad 8 maart 2019

Onder 10.7.1 Parket bij de Hoge Raad 8 maart 2019

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 8 maart 2019, ECLI:NL:PHR:2019:331.

Onderdeel 1 van het incidentele middel klaagt dat het hof ten onrechte art. 6:210 lid 2 BW van toepassing heeft verklaard in rov. 3.21 TA2. Daartoe wordt gesteld dat de aard van de prestatie van ING onder de renteswapovereenkomst enkel bestond uit het betalen van de 3-maands Euriborrente aan de Cliënt. Deze prestatie kan naar zijn aard ongedaan worden gemaakt. Door anders te oordelen, heeft het hof ten onrechte de aard van de prestatie van ING onder de renteswapovereenkomst (betaling variabele rente aan de Cliënt) verward met het door het hof gesignaleerde beoogde effect of het motief van die prestatie wanneer de renteswap in combinatie met de onderliggende leningen van de Cliënt bij ING REF wordt beschouwd (het afdekken van risico op rentestijging onder de leningen). Het onderdeel stelt dat het hof de renteswapovereenkomst op zichzelf had moeten beschouwen als naar zijn aard slechts behelzend dat partijen elkaar over en weer verschillende rentepercentages uitbetaalden.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/61da9d95f6a8a46a0448dd6a7c54ebeb4c9bd9631750a4b722d4ac1b3439b941. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 61da9d95f6a8a46a0448dd6a7c54ebeb4c9bd9631750a4b722d4ac1b3439b941, en de alinea staat in dat document op bytes 230768 tot 231768.