Citaat | Parket bij de Hoge Raad 8 maart 2019
Onder 10.9.4 Parket bij de Hoge Raad 8 maart 2019
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 8 maart 2019, ECLI:NL:PHR:2019:331.
Deze benadering is naar mijn mening niet in strijd met de wijze waarop in de wetsgeschiedenis en jurisprudentie van de Hoge Raad invulling is gegeven aan art. 6:210 lid 2 BW. Het onderdeel wijst er terecht op dat volgens de ontstaansgeschiedenis van art. 6:210 lid 2 BW de waarde van de ontvangen prestatie in beginsel dient te worden bepaald aan de hand van de waarde die aan de prestatie ‘normaal in het economische leven’ wordt toegekend op het moment van de ontvangst van de prestatie (de marktwaarde). Eveneens terecht is aangevoerd dat ingevolge het arrest Gemeente Reusel-De Mierden de marktwaarde van de te ontvangen prestatie de bovengrens vormt van de op grond van art. 6:210 lid 2 BW toe te wijzen waardevergoeding. De waardevergoeding kan dus lager uitvallen (zoals ook volgt uit de woorden ‘voor zover dit redelijk is’ in art. 6:210 lid 2 BW). Uit het arrest Gemeente Reusel-De Mierden volgt verder dat de waardevergoeding haar rechtvaardiging vindt in de wenselijkheid dat ongerechtvaardigde verrijking wordt tegengegaan.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/61da9d95f6a8a46a0448dd6a7c54ebeb4c9bd9631750a4b722d4ac1b3439b941. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 61da9d95f6a8a46a0448dd6a7c54ebeb4c9bd9631750a4b722d4ac1b3439b941, en de alinea staat in dat document op bytes 242359 tot 243549.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/61da9d95f6a8a46a0448dd6a7c54ebeb4c9bd9631750a4b722d4ac1b3439b941 | shasum -a 256