Citaat | Parket bij de Hoge Raad 8 maart 2019

Onder 10.11.2 Parket bij de Hoge Raad 8 maart 2019

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 8 maart 2019, ECLI:NL:PHR:2019:331.

Op grond van de hoofdregel van art. 150 Rv rust op de partij die zich beroept op de rechtsgevolgen van door haar gestelde feiten of rechten de bewijslast van die feiten of rechten. De Cliënt heeft uit hoofde van onverschuldigde betaling gevorderd dat ING aan hem het Nettobedrag zou betalen, dat wil zeggen het saldo van de over en weer bestaande verbintenissen tot terugbetaling van wat krachtens de vernietigde renteswapovereenkomst door partijen aan elkaar is betaald (art. 6:203 lid 2 BW).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/61da9d95f6a8a46a0448dd6a7c54ebeb4c9bd9631750a4b722d4ac1b3439b941. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 61da9d95f6a8a46a0448dd6a7c54ebeb4c9bd9631750a4b722d4ac1b3439b941, en de alinea staat in dat document op bytes 250890 tot 251397.