Citaat | Parket bij de Hoge Raad 8 maart 2019
Onder 10.18.3 Parket bij de Hoge Raad 8 maart 2019
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 8 maart 2019, ECLI:NL:PHR:2019:331.
Het hof heeft de incidentele vordering tot overlegging van bescheiden afgewezen omdat Cliënt daarbij onvoldoende belang heeft, mede in het licht van (volgens ING) de toewijzing van de verklaring voor recht en (volgens ING en Cliënt) de verwerping van de bewijsaanbiedingen van partijen. Hoewel in de toelichting op dit onderdeel vooral wordt verwezen naar een aspect waarover het hof een in cassatie onbestreden oordeel heeft gegeven (namelijk de eis dat het renterisico voor een bedrag van € 6.75 miljoen werd afgedekt; zie s.t. Cliënt nr. 80 en rov. 2.4 TA3), valt niet uit te sluiten dat na cassatie en verwijzing het verwijzingshof zou kunnen oordelen dat er reden is de incidentele vordering geheel of gedeeltelijk toe te wijzen (dan wel af te wijzen). Om het verwijzingshof daartoe de ruimte te geven, kan mijns inziens worden volstaan met het buiten behandeling laten van onderdeel 6 van het incidentele cassatiemiddel.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/61da9d95f6a8a46a0448dd6a7c54ebeb4c9bd9631750a4b722d4ac1b3439b941. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 61da9d95f6a8a46a0448dd6a7c54ebeb4c9bd9631750a4b722d4ac1b3439b941, en de alinea staat in dat document op bytes 263259 tot 264203.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/61da9d95f6a8a46a0448dd6a7c54ebeb4c9bd9631750a4b722d4ac1b3439b941 | shasum -a 256