Citaat | Parket bij de Hoge Raad 8 maart 2019
Onder 2.3 Parket bij de Hoge Raad 8 maart 2019
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 8 maart 2019, ECLI:NL:PHR:2019:332.
De beheervennootschap heeft op 12 september 2007 het perceel aan Cliënt in privé verkocht. De bedoeling was een bedrijfspand op het perceel te gaan bouwen en dit aan een derde partij te gaan verhuren. Hiertoe hebben Cliënt en Rabobank op 12 september 2007 een kredietovereenkomst gesloten (hierna: Lening I), waarbij Rabobank aan Cliënt een krediet van EUR 455.450,= heeft verstrekt tegen een “Variabel Plus Rente” van op dat moment 5% per jaar en een aflossingsverplichting van EUR 1.650,= per maand. De looptijd was circa 23 jaar. Op grond van artikel 22 van de destijds van toepassing zijnde Algemene Voorwaarden voor zakelijke geldleningen van Rabobank 2006 (hierna: de Algemene Voorwaarden 2006) was een vervroegde aflossing altijd geoorloofd en was daarvoor geen vergoeding verschuldigd.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/28f5f2b84565e5339e76fc92cc82a0af1ad9e412291a595e1fce83704f1c6b5c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 28f5f2b84565e5339e76fc92cc82a0af1ad9e412291a595e1fce83704f1c6b5c, en de alinea staat in dat document op bytes 25847 tot 26661.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/28f5f2b84565e5339e76fc92cc82a0af1ad9e412291a595e1fce83704f1c6b5c | shasum -a 256